Geïntegreerde functies

Democratie vereist de combinatie van representativiteit, legitimiteit, transparantie én archivering.

Bij De Focus van Medemo zijn de vier middelen van het Medemo model beschreven. Hieronder wordt de samenhang toegelicht. Eerst worden de afzonderlijke relaties aangekaart. De conclusie is dat alleen de combinatie van alle middelen leidt tot volwaardige vertegenwoordiging en bruikbare informatie voor het openbaar bestuur.

Van mening naar deliberatie

De onder A genoemde afspiegeling is bewust laagdrempelig. Naast de luisterpalen kunnen aanvullend allerlei andere vormen worden gebruikt. Iedereen kan zijn mening kwijt. Daar staat tegenover dat er niet namens een belang wordt gesproken, er worden alleen aandachtspunten aangekaart. De opbrengst kan echter geleverd worden aan de delegatieve vereniging en kan dan dienen voor de agendering. Dat draagt bij aan de legitimiteit van deze vereniging maar het blijft onduidelijk in welke mate de opbrengst representatief is voor de ‘communis opinio’.

Van mening naar peiling

De afspiegeling van A en het communicatieplatform C zijn ondersteunend aan elkaar. De input van A kan ingevoerd worden in het digitale platform van C. Met het communicatieplatform wordt de actualiteit en prioriteit van wat er leeft zichtbaar gemaakt. Op beperkte wijze kan ook enige deliberatie worden uitgevoerd. Daarmee wordt weliswaar een beeld gegeven van onderwerpen maar enige toetsing aan belangen van derden vindt niet plaats.

Van peiling naar beleid

Het communicatieplatform C vult de database van D. In de vorm is dit de verbinding tussen leefwereld en systeemwereld. Het overzicht dat door het communicatieplatform wordt gegeven vormt informatie voor beleid door het openbaar bestuur. Het beperkt zich echter tot een arbitrair overzicht van thema’s en prioriteiten die er leven in de samenleving.

Van deliberatie naar beleid

De delegatieve vereniging B en de database D hebben een sterke verbinding. Niet alleen wordt het digitale platform door de lokale delegatieve vereniging ondersteund, de database geeft ook vorm aan de eisen voor representativiteit en transparantie van de vereniging. Maar of hiermee de in de samenleving levende prioriteiten worden gevolgd, is niet zeker.

Van mening naar beleid

Om tot een representatief beeld te komen is een combinatie van A,B en C nodig. Er zijn daarbij verschillende routes die leiden van individuele inbreng naar informatie voor beleid. Via de delegatieve vereniging heeft deze de kwalitatieve route afgelegd waarbij de inbreng via toetsing en deliberatie tot een zienswijze komt. Maar er is geen zicht op het maatschappelijk draagvlak.

Via het communicatieplatform heeft deze de kwantitatieve route afgelegd waarbij de inbreng op basis van beleving van prioriteit tot een aandachtspunt groeit. Maar de deliberatie beperkt zich tot niet te valideren discussies op het communicatieplatform. Zo hebben beide routes beperkingen.

In de afgelopen jaren is -door analyse van talloze burgerinitiatieven en digitale platforms- gebleken dat bij het kiezen voor afzonderlijke routes altijd wel een van de democratische waarden van legitimiteit, representativiteit of transparantie in het gedrang komen.

Van mening via toetsing naar beleid

De wenselijke route is een combinatie van de kwantitatieve en de kwalitatieve route. Wanneer een individuele mening via het communicatieplatform brede ondersteuning verkrijgt, is er kennelijk maatschappelijk draagvlak. Op basis hiervan worden onderwerpen geagendeerd voor inhoudelijk overleg met de vertegenwoordigers van de belanghebbenden. Tenslotte is in de database elke inbreng en deliberatie toegankelijk voor verificatie. Alleen door deze combinatie kan voldaan worden aan zowel representativiteit als aan legitimiteit en transparantie.

Hieruit volgt dat de vier middelen van het Medemo model nauw met elkaar verbonden zijn. Door ze complementair te gebruiken kan inbreng van onderop tot bruikbare informatie voor het openbaar bestuur worden gevormd. En wanneer met dit inzicht naar bestaande participatievormen wordt gekeken, kan eenvoudig herkend worden op welke aspecten die tekortkomen.