Databeheer

Het communicatieplatform levert potentieel een groeiend gegevensbestand op. Naast de inbreng uit de samenleving geeft het een beeld van de politieke besluitvorming. Door hiervoor een uniforme structuur te ontwikkelen, ontstaat een database als maatschappelijk archief van individuele meningen en collectieve besluiten.

Geen van de bestaande digitale participatiemiddelen leidt tot een betrouwbaar maatschappelijk archief. Dat is niet alleen een probleem voor nu maar vooral voor later. We stevenen daardoor af op een verlies van het maatschappelijk geheugen.

Het databestand heeft dezelfde indeling als het communicatieplatform. Verdeeld in negen thema’s en van straatniveau in het hart tot nationaal aan de buitenrand. De informatie is dus ingedeeld naar schaal, niet naar bestuurlijke gebieden. Daardoor kunnen gebiedsoverstijgende onderwerpen worden vergeleken. Er kan als het ware worden uitgezoomd naar een groter gebied of ingezoomd naar een kleiner gebied.

Dat wordt mogelijk door de structuur van de verenigingen. Een kleine vereniging is in zijn structuur gelijk aan een grote vereniging. En twee kleine verenigingen van bijvoorbeeld wijken in een stad vormen tezamen weer een grotere, maar gelijke structuur. De adviesraad van de kleine vereniging kan de ledenraad van een grote vereniging vormen. Daarmee kan een wijk in een gemeente zelfs invloed hebben op de ontwikkeling in een naburige gemeente.

Het communicatieplatform en de verenigingen hebben als het ware een fractal structuur. De maatschappelijke inbreng van een individu wordt stapsgewijs samengebracht tot een collectieve zienswijze. Maar door de transparante structuur is het ook mogelijk om uit die collectieve zienswijze de individuele meningen te herleiden. In feite vormt elke knoop van de fractal een deliberatielaag. Binnen de verenigingen en tussen de verenigingen.

Aan elk ingebracht onderwerp wordt de postcode gekoppeld van het gebied waar het betrekking op heeft. Hier is de laag provincie aangegeven. Gebiedsoverstijgende onderwerpen zoals omgevingsvisies komen op dit niveau aan de orde.

Veel van de onderwerpen zullen betrekking hebben op gemeentelijk niveau. Door de structuur van de postcodenummering kan in stappen worden ingezoomd.

De kaart kan voorzien worden van markers met de discussies op gemeentelijk niveau. De plaats van de marker geeft de positie van het aandachtspunt aan. De postcode het gebied waar het effect op heeft.

Wanneer een volledige postcode wordt opgegeven, gaat het om een deel van een straat of een blok. Bij het aanklikken van een discussie onderwerp komt direct de plaats in beeld.

Door de ‘gemeenschappelijke taal’ kunnen lokale verenigingen een gezamenlijk onderwerp behandelen. Als voorbeeld nemen we de Aetsveldse polder, zuid van Weesp. Deze polder is in het kader van de RES aangewezen als zoeklocatie voor windturbines. Hoewel dit het grondgebied van Weesp betreft, raken de ruimtelijke gevolgen meerdere gemeenten.

Afstemming op bestuurlijk niveau zal geregeld zijn. Maar onderlinge afstemming van vertegenwoordigingen van de leefwereld ontbreekt. In de praktijk betekent dit het ontstaan van actiegroepen met een beperkte, vaak negatieve, agenda. Wanneer de direct betrokkenen zich kunnen uiten in een verband van belangenafweging, kan een constructievere deliberatie plaatsvinden.

Het databestand is potentieel dus een weergave van de actualiteit én een historisch archief van wat er leeft in de samenleving. Van microniveau tot macroniveau. Met een directe koppeling tussen een aandachtspunt en de locatie. En zo eenvoudig dat dit zowel voor leken als voor het openbaar bestuur toegankelijk is. En er ontstaat in feite een ruimtelijk/sociologisch archief voor wetenschappelijk onderzoek.

Lees meer over Participatievormen.