Het trilemma van MacLeod

Het trilemma van MacLeod

In het rapport van de OECD wordt een interessant probleem aangekaart. Op pag. 23 wordt de kern van de moeizame verhouding tussen burgers, ambtenaren en politici beschreven. Men haalt daarvoor het door Peter MacLeod geformuleerde trilemma aan: “De burgers zeggen: ‘je spreekt niet namens mij’, ambtenaren zeggen: ‘maar je spreekt alleen voor jezelf’ en politici antwoorden: ‘ik heb het mandaat”. Dit geeft drie aspecten aan die effectieve participatie in de weg zitten. En doordat ze elkaar in stand houden is er ook werkelijk sprake van een trilemma.

Je kan alleen een verbetering bereiken door voor elk van de drie een passend middel te ontwikkelen. Die moeten elkaar ondersteunen en gedrieën een vertrouwensbasis vormen. Voor de burgers die zeggen ‘je spreekt niet namens mij’ moet je middelen ontwerpen voor agendering van onderop. Voor ambtenaren die zeggen ‘maar je spreekt alleen voor jezelf’ moet je zorgen voor een transparante vorm van brede vertegenwoordiging. En voor politici die zeggen ‘Ik heb het mandaat’ moet je een informatiestructuur ontwikkelen.

Die drie zijn verenigd in het Medemo model. En dat is niet alleen het antwoord op het trilemma, het is meer. Bij een trilemma zit de zwakte in de verbindingen. Wij zoeken juist de kracht in de verbindingen. En ons deelname model is bewust gebaseerd op drietallen.

Er moet in het overleg zo min mogelijk kans op ‘ruis’ ontstaan. Dit vereist een minimum aantal communicatieverbindingen. Een gesprek tussen drie mensen heeft er drie. Bij vier zijn er al zes communicatielijnen vanwege de diagonalen. Een gesprek met zeven personen heeft al driemaal zoveel verbindingslijnen dan gespreksdeelnemers. Elke extra communicatielijn kan nadelig zijn voor de signaalruisverhouding. Daarom worden alle gesprekken beperkt tot drie deelnemers.

Deze ordening heeft meer voordelen. Met drie zijn er geen minderheden of meerderheden, geen winnaars of verliezers, alleen gelijkwaardige gesprekspartners. Daardoor kan er niet het ‘winner takes all’ principe op treden.

Het heeft ook een communicatieve reden. Gesprekken in drietallen verplicht de deelnemers tot luisteren. Dat voorkomt dat de grootste mond de meeste aandacht krijgt en wordt voorkomen dat gespreksleiders een gemeenschappelijk standpunt moeten destilleren uit een vergadering met ‘tig’ meningen. Een gesprek met drie maakt het ook voor timide of in gesprekstechniek ongetrainde mensen mogelijk om aan het overleg deel te nemen.

Het zijn de verbindingen die een structuur zijn kracht geven.