Boekbespreking

Gemeente in de genen

Auteurs: Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht en Geerten Waling, historicus.

 

Dit boek gaat over schaal. De auteurs halen (pag. 12) Tocqueville aan die stelt dat democratie begint bij de gemeente. De gemeente als plek waar mensen zich in een gemeenschap organiseren. Ze stellen (19): ‘Uit een samenleving kunnen zo burgers worden geboren’. En: ‘Meer dan andere landen zijn wij een land van gemeenten’. Maar, vragen ze zich af (20) ‘hoe zorg je dat een groep mensen met meer verschillen dan overeenkomsten tot een gedragen uitkomst komen?

‘Van wie is de lokale democratie? Dat is de centrale vraag die we stellen in dit boek’. Ze gaan op zoek naar het antwoord middels een analyse van de historische ontwikkelingen.

Een rode draad is de vraag hoever de gemeentepolitiek strekt en vervolgens ‘kijken we naar de desastreuze religie van de schaalvergroting die de lokale democratie nu al decennia teistert’.

De conclusie is volgens een recensie: ’dat een ge­meente van oudsher eigendom is van burgers en inwoners, maar dat dat eigenaarschap bedreigd wordt: we schieten te ver door naar de gemeente voor de burgers en gaan te veel voorbij aan de gemeente ván de burgers. De kloof tussen de bestuurlijke elite en inwoners groeit’.

De auteurs stellen: ‘Democratie begint bij de gemeente. Daar ligt de bron van burgerschap, zeker in Nederland. Hier is de burger al eeuwenlang eigenaar van de lokale democratie. Al vanaf de vroege Middeleeuwen namen lokale gemeenschappen het lot zelf in handen. Samen vormden die ons land uit veen, moeras en water. Centraal bestuur en adel kregen er nooit echt vat op, het lokale zelfbestuur zit ons in de genen. Tegenwoordig staat de lokale democratie onder druk. We zien een doorgeslagen schaalvergroting, ongekende de­centralisering, schurende verhoudingen tussen gemeente­raadsleden en bestuurders, die hun gemeente besturen als bedrijfsmanagers’.

De in het boek verwoorde zorg wordt steeds actueler. De pandemie legt beslissingen bij de veiligheidsregio’s. De  energietransitie legt beslissingen bij de Regionale Energie Strategieën. Elke gemeente maakt deel uit van gemiddeld zo’n 30 samenwerkingsverbanden. Maar samenwerking van burgers op deze schaal is er niet of nauwelijks. Laat staan dat de burgerparticipatie of inspraak op deze schaal gestructureerd plaats vindt. Om die reden legt Medemo verbindingen die niet aan bestuurlijke schaal gebonden zijn. De structuur verbindt het kleine van betrokken burgers met het grote van het regionale beleid. Precies dát waar dit boeiende boek de noodzaak van aangeeft.