Het OECD Rapport

De OECD beschouwt participatie als een groepsactiviteit met een specifiek belang. En dat kan dan een middel zijn in de handen van het openbaar bestuur of georganiseerd door de samenleving. Deliberatie zien ze daarentegen als samenspraak van mensen die een afspiegeling zijn  van de samenleving.

Daarmee maakt de OECD een heldere verdeling. Er wordt een scheiding getrokken tussen participatie en deliberatie en vervolgens tussen top-down en bottom-up activiteiten. Dat kan schematisch in vier velden worden weergegeven. De bekende varianten van inspraak en digitale systemen richten zich op de velden 1, 2 en 3. Wij richten ons op veld 4, het gebied van ‘georganiseerde bottom-up deliberatie’. Dit is het gebied waar Meervoudige Democratie kan ontstaan.

Binnen het brede gebied van participatie zijn dus vier gebieden te onderscheiden met wezenlijk andere kenmerken en doelen. Omdat participatie in essentie beoogt om een verbinding te leggen tussen overheid en samenleving en bij te dragen aan het wederzijds vertrouwen, is het essentieel dat er helderheid ontstaat over de vier varianten. Elk van de velden vormt een bijdrage aan de verbinding. Maar elk met eigen kenmerken, beperkingen en wederzijdse verwachtingen.