Participatievormen

De vier onderdelen van het Medemo model maken deel uit van een integraal systeem met Agenderen dat specifiek gericht is op representativiteit, met een Burgerpanel dat specifiek gericht is op legitimiteit, met een Communicatieplatform dat specifiek gericht is op transparantie en met Databeheer dat een op deze waarden gevalideerde afspiegeling van de samenleving vormt. De vraag is natuurlijk waar dit model staat in het brede veld van participatie.

Het woord participatie wordt in de praktijk voor heel uiteenlopende begrippen gebruikt. Vraag zes burgemeesters en je krijgt zes visies. Het lastige is dat het woord participatie voor de systeemwereld zo ongeveer het tegenovergestelde betekent als voor de leefwereld. Een hoogleraar bestuurskunde definieerde participatie als een fase in een overheidsproces waarvan de besluitvorming vast ligt. De leefwereld veronderstelt echter deelname áán de besluitvorming. En dat is wat je mag verwachten van meervoudige democratie.

Voor de toepassing van het woord participatie verwijzen we naar een grote internationale studie van de OECD.

Deze ‘Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling’ heeft recent een omvangrijke mondiale inventarisatie gepubliceerd met de titel ‘Innovative Citizen Participation and New Democratic Institutions’. In de titel wordt het woord participatie gebruikt als overkoepelend begrip om het brede aandachtsgebied te benoemen. De ondertitel is ‘Catching the deliberative wave’, ofwel: maak als openbaar bestuur gebruik van de golf van samenspraak met de samenleving.

In het rapport zelf wordt vervolgens een strak onderscheid gemaakt tussen participatie en deliberatie.

Ze zien participatie als gebruik makend van democratie en deliberatie als bijdrage aan democratie. De eerste regel van het hoofdstuk ‘representativiteit en deliberatie’ luidt: ‘de meeste publieke participatieprojecten zijn niet ontworpen of bedoeld om representatief of constructief te zijn. Dientengevolge kunnen ze contraproductief zijn; een uitlaatklep voor ongenoegen’.

In de definitie die door de OECD wordt gehanteerd, is participatie altijd een groepsactiviteit met een collectief belang. En dat kan dan een middel zijn in de handen van het openbaar bestuur of georganiseerd door de samenleving. Daarmee maakt de OECD een interessante verdeling binnen het brede aandachtsgebied.

Ten eerste wordt er een scheiding getrokken tussen participatie en deliberatie en vervolgens tussen top-down en bottom-up geïnitieerde activiteiten. Dat kan schematisch in vier velden worden weergegeven. Links staat Participatie: de groepsgewijze deelname aan het democratisch proces en rechts Deliberatie: de persoonlijke uitoefening van het burgerschap. Boven de systeemwereld en onder de leefwereld.

De OECD onderzoekt alleen het gebied van deliberatie als bijdrage aan de democratie en -als overheidsorganisatie- alleen het veld 2.

Alle bekende varianten van inspraak of digitale systemen die recent zijn ontwikkeld, richten zich op de velden 1, 2 en 3. Als enig voorbeeld van deliberatie in ons land wordt een G1000 casus genoemd. Voor veld 4, de deliberatie van onderop, wordt geen enkele verwijzing gegeven. Kennelijk is dit gebied ook voor de OECD een onontgonnen terrein.

Er bestaan verschillende invullingen van het overkoepelende begrip participatie. En er is veel begripsverwarring. Dus laten we het woord participatie beschouwen als koepelbegrip en de verschillende uitvoeringsvormen afzonderlijk benoemen. De door de overheid geïnitieerde of gefaciliteerde participatie wordt participatieve democratie genoemd. Het werk van G1000 zou je groepsconsultatie kunnen noemen. Veld 3 laat zich samenvatten als belangenbehartiging. Het veld 4 wordt gekenmerkt door het nieuwe begrip microdeliberatie.

Wij verstaan onder microdeliberatie:

  • Mensen uiten individuele meningen (dus niet een groepsstandpunt)
  • Het gaat om persoonlijke belangenafweging (zonder verantwoording naar derden)
  • De bijdrage kan permanent worden verstrekt (en niet alleen in de stembus)
  • Alle mensen hebben een stem (en niet alleen vertegenwoordigers of door loting gekozenen)
  • Elke mening telt (er is dus niet een meerderheidscriterium)

Het is duidelijk dat de OECD deliberatie kiest als de kansrijke vorm van innovatie van de democratie. Georganiseerde microdeliberatie van onderop zou dan beschouwd kunnen worden als uitgangspunt voor Meervoudige Democratie. In de praktijk te realiseren met de vier besproken componenten.

Lees meer over het organisatiemodel.